De Nederlandse overheid wil twee miljard euro investeren in de verduurzaming van Tata Steel Nederland. Hoewel 117 economen het kabinet adviseerden om van deze steun af te zien, zijn er sterke argumenten om de groene staalindustrie in IJmuiden juist wel overeind te houden. De discussie raakt aan strategische autonomie, gezondheid en de toekomst van de Nederlandse maakindustrie.
Staal blijft onmisbaar voor bouw en energietransitie
Wie denkt dat staal een grondstof van gisteren is, vergist zich. De energietransitie vraagt enorme hoeveelheden staal voor windturbines, hoogspanningsnetten, transformatoren en spoorwegen. Ook de bouwsector kan niet zonder: om de huidige woningcrisis aan te pakken, hebben we structureel staal nodig voor constructies, funderingen en infrastructuur. Die vraag verdwijnt niet, ze groeit.
Tata Steel Nederland (TSN) levert bovendien overwegend hoogwaardig staal. Dit type staal vereist precieze metallurgische controle en vindt zijn weg naar de auto-industrie, voedselverpakkingen, batterijen en zelfs de halfgeleidersector. ASML gebruikt voor precisiecomponenten in productieapparatuur staal met nauw gespecificeerde toleranties. Daarmee vormt de groene staalindustrie een integraal onderdeel van de Nederlandse hightechketen.
Het Internationale Energieagentschap stelde al in 2020 dat zelfs in een volledig circulaire economie in 2050 een aanzienlijk deel van de primaire staalvraag onvervuld blijft. Recycling van schroot groeit weliswaar, maar dekt niet alle toepassingen die specifieke metallurgische eigenschappen vereisen. De behoefte aan primaire staalproductie blijft dus bestaan, en de vraag is waar Europa die het best organiseert.
Waarom de groene staalindustrie in IJmuiden thuishoort
De 117 economen opperen dat hoogwaardig staal net zo goed elders in Europa kan ontstaan. Dat klinkt logisch, maar de werkelijkheid is weerbarstiger. Wetenschappelijke literatuur over regionale ecosystemen toont aan dat concurrentievoordeel niet alleen in een individuele fabriek zit, maar in het bredere netwerk van toeleveranciers, gespecialiseerde arbeidskrachten, kennisinstituten en afnemers. Een dergelijk netwerk verplaats je niet zomaar naar een andere locatie.
Nederland herbergt een heel cluster van staalverwerkende industrie. Verspreid over het hele land vinden we machinebouwers, vlakstaalverwerkers, verpakkingsproducenten en constructiebedrijven. Veel van deze bedrijven leveren aan de hightechsector. Daarnaast behoren Nederlandse universiteiten en kennisinstellingen tot de internationale kopgroep op het gebied van staalbereiding en staaltoepassingen. Verdwijnt de productielocatie in IJmuiden, dan raakt dit ecosysteem onomkeerbaar beschadigd. Eenmaal verloren kennis en netwerken keren niet terug.
De economen wijzen erop dat TSN negentig procent van zijn staal exporteert, als bewijs dat de lokale economische waarde beperkt is. Dit is echter een drogreden. Export zegt niets over de lokale economische koppeling via de arbeidsmarkt, toelevering en infrastructuur. Een groot deel van het geexporteerde staal blijft bovendien binnen de EU en bedient de Europese automobiel- en machinebouwindustrie, die op haar beurt weer sterk leunt op Nederlandse toeleveranciers.
Energiekosten en locatievoordelen onder de loep
Een veelgehoord bezwaar luidt dat de energiekosten in Nederland te hoog zijn voor concurrerende staalproductie. Spanje of Zweden zouden betere alternatieven bieden. Maar klopt dat wel? Offshore windenergie op de Noordzee levert gemiddeld 4.000 tot 4.500 vollasturen per jaar op, vergelijkbaar met of hoger dan de beste andere Europese offshore-locaties. De verwachting is dat nieuwe windturbinetechnologie dit verder opschroeft.
Het Spaanse zonvoordeel is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Het merendeel van de Spaanse staalindustrie concentreert zich in Asturie en Baskenland, regio’s met een Atlantisch klimaat dat vergelijkbaar is met Nederland. Ook Zweden biedt geen energiewalhalla. De waterkrachtcapaciteit is grotendeels benut en klimaatverandering vergroot het risico op droogte, wat de leveringszekerheid structureel beperkt. Een grote uitbreiding van de Scandinavische staalproductie vergelijkbaar met het volume van TSN is daarom op korte termijn niet realistisch.
IJmuiden heeft daarbij een sterk locatievoordeel dat de economen negeren. Vrijwel al het ijzererts dat Europa verwerkt, komt per schip uit Brazilie en Australie. Een kustlocatie direct aan een diepzeehaven, met goede verbindingen naar de Rijn-corridor en Europese kernmarkten, biedt logistiek een structureel voordeel. Productie diep in het Scandinavische binnenland vereist daarentegen aanzienlijk vrachtvervoer per spoor naar de kust voordat het product de afzetmarkt bereikt.
Na uitvoering van de verduurzamingsplannen daalt de energievraag van TSN bovendien aanzienlijk. De sluiting van een van de twee hoogovens en een grotere inzet van staalschroot vervangen deels de energie-intensieve reductie van ijzererts. Hersmelten van schroot vergt per ton product zeventig tot tachtig procent minder energie. Dat verandert de energiebalans fundamenteel.
Gezondheidswinst door sluiting vervuilende installaties
De economen wijzen terecht op de gezondheidsschade door TSN-emissies. Natuur en Milieu becijferde deze op 1,1 miljard euro per jaar. Maar ze trekken de verkeerde conclusie door te stellen dat de investering economisch onverdedigbaar is zolang de cokesfabrieken draaien. De verduurzamingsroute voorziet namelijk juist in de sluiting van Hoogoven 7, waardoor ook Kooksfabriek 2 kan sluiten. Die installatie is historisch de grootste bron van PAK-emissies en zware metalen die omwonenden belasten.
De maatwerkovereenkomst bevat daarnaast uitgebreide maatregelen tegen overlast door geur en stof in alle andere delen van de productie. De gezondheidsschade vormt dus geen argument tegen de investering, maar juist een sterk argument voor het doorzetten van de transitie. Wie de duurzame staalproductie in Nederland steunt, investeert tegelijkertijd in de gezondheid van tienduizenden omwonenden in het IJmondgebied.
First mover advantage voor groene staalindustrie
De groene staalindustrie biedt Nederland meer dan alleen schonere lucht en strategische autonomie. Europa creëert met zijn klimaatbeleid een groeiende markt voor groen staal. Producenten die nu de transitie doormaken, verwerven kennis, technologie en schaalvoordelen die latere adopters missen. Dit klassieke first mover advantage kan Nederland een leidende positie opleveren in een wereldwijde omschakeling.
Na de fusie van Hoogovens met British Steel tot Corus in 1999 en de overname door Tata Steel India in 2007 investeerde het moederbedrijf relatief weinig in IJmuiden. Investeringsbeslissingen vielen op concernniveau, met concurrerende claims van locaties in Port Talbot, Kalinganagar en Jamshedpur. De maatwerkafspraken bieden nu een kans om dit structurele investeringstekort te corrigeren, mits Tata Steel India substantieel eigen kapitaal inbrengt naast de publieke bijdrage.
Volgens het Nederlandse klimaatbeleid moet de industrie in 2030 haar CO2-uitstoot drastisch verlagen. De verduurzaming van TSN vormt een van de grootste individuele bijdragen aan die doelstelling. Tegelijkertijd beschermt het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) Europese producenten gedeeltelijk tegen goedkoper maar vervuilender staal van buiten de EU. Dat mechanisme maakt de businesscase voor groene staalproductie in Europa sterker dan ooit.
Europese samenwerking vervangt nationale actie niet
De 117 economen pleiten voor een Europese aanbesteding voor waterstofstaal als alternatief voor nationale steun. Europese coordinatie om een subsidierace te voorkomen is zeker wenselijk. Maar een volwaardige Europese aanbesteding vergt waarschijnlijk jarenlange beleidsvoorbereiding, goedkeuring van de Europese Commissie en politieke consensus tussen lidstaten. Die tijdschaal is onverenigbaar met de operationele urgentie bij TSN.
Europese instrumenten als de EU Hydrogen Bank en het Innovation Fund vullen nationale maatregelen aan, ze vervangen ze niet. Lidstaten die actief co-investeren in hun industriebasis staan juist beter gepositioneerd om Europese middelen aan te trekken. De remedie tegen een subsidierace is coordinatie met investeringen, niet wachten met investeren totdat die coordinatie er is.
De maatwerkafspraken zijn risicovol, dat staat buiten kijf. Maar het alternatief, onomkeerbaar verlies van primaire staalproductiecapaciteit in West-Europa, brengt op langere termijn vermoedelijk hogere kosten met zich mee. Wie de groene staalindustrie nu laat vallen, verliest niet alleen een fabriek maar een heel ecosysteem van kennis, werkgelegenheid en industriele slagkracht. Dat risico kan Nederland zich in deze geopolitieke realiteit moeilijk veroorloven.
Inmiddels is ook Tata Steel een petitie ‘Steun het Groen Staal Project’ gestart.
Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op het nieuwsplatform IndustrieVandaag